Artistieke bloedverwanten in Alkmaar


Welke invloed heeft de ouder op het kind? In de tentoonstelling De Toorop Dynastie laat het Stedelijk Museum Alkmaar de artistieke verbondenheid zien van de boeiende kunstenaarsdynastie Jan Toorop (1858-1928), Charley Toorop (1891-1955) en Edgar Fernhout (1912-1974).

Hij had het al veel vaker gedaan. Van jongs af aan zelfs. Toch viel het Edgar Fernhout zwaar toen hij in 1949 opnieuw voor zijn moeder moest poseren. Dat kwam door het onderwerp van haar nieuwe schilderij; Charley Toorop wilde namelijk de drie generaties kunstenaars van haar familie vastleggen. Ze wilde een representatief beeld scheppen van de artistieke verwantschap tussen zichzelf, haar vader en haar zoon. Het kostte haar uiteindelijk negene jaar om het af te krijgen. Ze schilderde zichzelf als kaarsrechte spilfiguur voorop, met palet in de rechterhand en penseel in de opgeheven linkerhand. Achter zichzelf plaatste ze Edgar. Ook hij kreeg een palet in de hand, maar lijkt te wachten totdat zijn moeder klaar is. Schuin achter hem plaatste Charley de gigantische bronzen portretkop van haar vader Jan Toorop. Hij was immers al overleden toen ze aan dit werk begon.

Om de verwantschap tussen haar zoon en haar vader te benadrukken, maakte Charley de onderlip van Edgar voller en zijn wenkbrauwen meer hoekig. Ze hield van die hoekige, krachtige trekken in haar portretten, maar bij Edgar paste dat eigenlijk niet. Zeker niet omdat hij zich helemaal niet zo krachtig voelde toen hij weer op de kruk voor de ezel van zijn moeder plaatsnam – en letterlijk in de schaduw van zijn beroemde grootvader moest zitten. Hij probeerde zichzelf namelijk in die tijd opnieuw los te koppelen van zijn bemoeizuchtige moeder. En nu zat hij daar wéér, blootgesteld aan haar kritische blik, taxerende ogen en eeuwige commentaar.

Stilistische veelvraten

Drie generaties is het prachtige en tekenende openingsbeeld van de tentoonstelling De Toorop Dynastie in het Stedelijk Museum Alkmaar. Direct wordt de toon gezet voor de tentoonstelling: de enigmatische Jan Toorop als basis, de frontale directheid van Charley Toorop en de afwachtende Edgar Fernhout, die tussen hen in staat. In Alkmaar torent, net als bij de poserende Edgar, het gigantische beeld van Jan over je heen en ontkom je niet aan de strenge ogen van Charley. Om de ervaring van Edgar te versterken, word je direct daarna ondergedompeld in de indrukwekkende artistieke ontwikkeling die zijn grootvader en moeder meemaakten.

Het museum in Alkmaar noemt de op Midden-Java geboren Jan Toorop heel treffend een ‘omnivoor’ en ‘stilistische veelvraat’. En het wordt snel duidelijk waarom ze deze krachttermen gebruiken. Jan verhuisde op zijn tiende naar Nederland, daarna reisde hij als volwassene door naar Amsterdam, Brussel, Parijs, Londen en terug naar Nederland. Hij komt zo in aanraking met het realisme, impressionisme, pointillisme en symbolisme en maakt het zich allemaal eigen. Ook speelt hij met diverse thema’s; hij schildert het leven van arbeiders tot droomachtige landschappen ­– en zelfs het bovennatuurlijke, nadat het Rooms-Katholieke geloof zijn leven gaat overheersen.

Dochter Charley Toorop kijkt jarenlang mee over Jans schouder. Daardoor kan ze makkelijk de academie overslaan en op haar 19de debuteren als schilder. Niet lang daarna trouwt ze met de filosoof Henk Fernhout en krijgt ze drie kinderen. Maar na vijf jaar huwelijk vertrekt met haar twee zonen naar Parijs – van haar man scheidt ze en haar dochter Annetje gaat bij haar ouders wonen. Daar leert ze de werken van Picasso en de meesters van het Louvre kennen. Ze experimenteert met expressionistische stadsgezichten en straatfiguren en rond 1928 vindt ze haar eigen stijl, een eigen interpretatie van de Nieuwe Zakelijkheid. In dit hoekig realisme, met zware contourlijnen, volle, donkere kleuren en scherpe details schildert ze een veelvoud aan onderwerpen; ze maakt landschappen, portretten, stillevens, dorpsgezichten en dagelijkse taferelen. Haar voorkeur ligt bij indringende portretten, een daarin toont ze zich duidelijk de meester binnen haar bloedlijn.

Ommekeer in het ouderlijk huis

Charley werkte jarenlang in het atelier op de bovenverdieping van ‘De Vlerken’. Dit royale landhuis in het Noord-Hollandse Bergen is speciaal voor haar gebouwd in 1921 in opdracht van haar vader. Wanneer ze overlijdt in 1955, trekt Edgar erin met zijn gezin. Hij haalt haar doeken weg en vervangt de primaire kleuren van Gerrit Rietveld in het interieur door het sferische en kwetsbare grijs van Wim Schuhmacher. Wanneer dat klaar is, gaat Edgar aan het werk. En voor het eerst in zijn leven, lukt het hem zich definitief los te koppelen van zijn moeder.

Hoewel ze zelf de vrijheid kreeg om haar eigen stijl te bepalen, bleef Charley zich namelijk tot aan haar dood bemoeien met Edgars werk. Al sinds zijn elfde waakte ze over artistieke progressie en expressie, al ontwikkelt Edgar aanvankelijk een zachtere stijl met minder expressieve ogen, minder hard licht en minder dikke penseel. Hij probeerde zich in de loop der jaren steeds meer te ontworstelen aan de macht van zijn moeder. Zo omarmde Edgar nieuwe realisten als Pyke Koch en Carel Willink – al vond moederlief de uitwerking daarvan te verfijnd. Ook de invloed van Mondriaan keurde Charley af – ondanks haar vriendschap met de kunstenaar. Edgar heeft trekken van zijn grootvader én moeder en vindt inspiratie bij nieuwe én oude kunststromingen. Hij speelt bijvoorbeeld met surrealistische elementen en met de 17de-eeuwse kerkinterieurs van Pieter Saenredam in zijn interieurschilderijen.

Die experimentatiedrift en nieuwsgierigheid leidt na de dood van zijn moeder uiteindelijk tot zijn ‘abstracte landschappen’. Daarbij is het doel niet langer te tonen wat hij ziet, maar wat hij voelt bij wat hij ziet. Opvallend is dat in deze werken het beklemmende gevoel weg is. Zijn gewonnen vrijheid is daadwerkelijk voelbaar in Alkmaar.

Drie generaties komen samen

Dankzij de mooie opbouw volgen de individuele geschiedenissen van de drie kunstenaars elkaar naadloos op in de tentoonstelling. Mooi is dat De Toorop Dynastie eindigt waar het begint: met het samenbrengen van de drie generaties. Waar voel je de invloed van de vorige generatie(s)? Waar zitten de verschillen? Vooral in de laatste zaal krijg je antwoorden op deze vragen, omdat hier de drie generaties aan elkaar worden gekoppeld en gespiegeld in onderwerp.

Het begint met de drie indringende, confronterende zelfportretten van de drie kunstenaars. De oude Jan toont zich als tekenaar in zijn favoriete medium, met onderzoekende ogen en trefzekere en hoekige lijnen. Charley hanteert dezelfde strenge blik, die je ook door de hele tentoonstelling terugziet. Het is haar zoektocht naar het echte en het ware. De vruchten van haar nietsontziende blik zijn in dit laatste zelfportret de grijze haren, de plooien op haar voorhoofd en de rimpels in haar nek. Ze draagt een schilderjas als referentie naar haar kunstenaarschap, net als Edgar doet in het zelfportret dat het Alkmaarse museum daarnaast heeft gehangen. Ook hij toont de sporen van het leven. In dit geval de sporen van de Tweede Wereldoorlog; hij oogt in 1945 moe, grauw en sterk vermagerd. Net als zijn moeder is hij bruut eerlijk, maar bij Edgar uit zich dat in een bepaalde tederheid een fragiliteit. Hij was zoekend en beschouwend, net als zijn grootvader, waar zijn moeder standvastig en stellig was. De sociale betrokkenheid bindt daarentegen vader en dochter, terwijl Edgar zich eerder terugtrekt uit de maatschappij. De drie generaties komen pas echt samen in hun liefde voor de natuur en in hun fascinatie voor de wisseling van de seizoenen. Die eeuwige bewondering en verwondering vormt het beeldschone sluitstuk van de tentoonstelling – met drie doeken van de drie kunstenaars in harmonie en naast elkaar.

 

De tentoonstelling De Toorop Dynastie is tot en met 26 januari 2020 te zien in Stedelijk Museum Alkmaar. Daarbij worden op verschillende data speciale lezingen voor Museumkaarthouders en elke zondag inlooprondleidingen georganiseerd.

Kijk voor alle activiteiten, actuele prijzen en openingstijden op: stedelijkmuseumalkmaar.nl

Andere schrijfsels