De rake klappen van Erwin Olaf


Van kinky naakten tot eenzame outsiders en nieuwe experimenten met landschapsfotografie. Het Gemeentemuseum en het Fotomuseum in Den Haag bieden samen een groots, speels en prikkelend oeuvreoverzicht van het werk van fotograaf Erwin Olaf.

Het heeft lang geduurd voordat Erwin Olaf internationaal erkenning kreeg. Hoewel hij al sinds de jaren tachtig flink aan de weg timmert als fotograaf en vorig jaar de staatsiefoto’s van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima en hun gezin maakte, werd hij lange tijd fel bekritiseerd; Olaf wilde alleen maar choqueren met obsceniteiten. Hij bewerkt zijn foto’s en nam opdrachten aan voor bijvoorbeeld Diesel, Heineken en BMW. Dat ben je toch geen kunstenaar? Werp echter een blik voorbij het sperma, de bondage, de betaalde opdracht en de schijnbaar porieloze huid, op het maakproces: daar zie je een ware kunstenaar aan het werk. Een perfectionist die alles tot in de details uitdenkt, regisseert en vastlegt met een ontegenzeggelijk kunstenaarsoog.

In zijn studio beweegt Olaf zich als een schilder die zich met een enorme entourage voorbereidt op een nieuw schilderij. Hij modelleert de setting tot in de puntjes en schikt zijn model in de juiste kleding en pose en gaat dan, wanneer het plaatje goed lijkt, niet achter zijn ezel, maar achter zijn lens staan: klopt alles? Is het licht goed? Is de gezichtsuitdrukking goed? Is dat reepje schaduw functioneel? Over elk detail denkt Olaf minutieus na; hij tuurt op zijn scherm, loopt heen en weer om wat te verschuiven en dirigeert zijn model totdat hij of zij precies doet wat hij wel wil zien. Dan gaat de vinger op de knop. In enkele minuten drukt hij veertig, vijftig, zestig keer op vastleggen. Terwijl zijn team aan de setdesigners, stylisten, haar- en make-up-artiesten en al hun assistenten nieuwsgierig afwacht, is de fotograaf verzonken. Eindeloos schieten zijn ogen heen en weer op de zojuist vastgelegde, zelfgecreëerde en zwaar geregisseerde wereld op zijn scherm: was dit wat hij wilde zien? Is dit het beeld dat hij voor ogen had?

Olafs zoektocht naar de perfecte foto staat in schril contrast met het realisme dat fotografie over het algemeen kenmerkt. Hij wil geen vluchtig moment uit onze werkelijkheid vastleggen, maar tijdloze werelden creëren waarin niets aan het toeval is overgelaten. Van de kromming van een vinger tot de schaduwval in de verte: alles is perfect uitgedacht en geregisseerd. De fotograaf lijkt op een klassiek geschoolde schilder en handelt als een Franse maniërist met een voorliefde voor de theatraliteit van de barok. Bij Olafs overgestileerde beelden is er immers altijd een vreemd element dat niet klopt. Of, zoals de fotograaf zelf zegt: ‘Wat ik het liefst wil laten zien, is een perfecte wereld met een barst erin. Ik wil het beeld verleidelijk genoeg maken om mensen mijn verhalen in te trekken, en dan een klap uitdelen.’

Inspiratie bij Janet Jackson

De erkenning voor Olaf kwam pas laat en net tijdens een periode waarin het door longemfyseem minder goed gaat met de fotograaf. Hij wint de prestigieuze Johannes Vermeerprijs, maar moet zijn energie verdelen en zijn werktempo bijstellen. Tien jaar later lijkt dat vrijwel geen probleem meer, want ter gelegenheid van zijn dubbeltentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag en het Fotomuseum Den Haag maakte hij zelfs nog last minute de nieuwe serie Palm Springs.

De dubbeltentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag en het Fotomuseum Den Haag valt precies in het jaar waarin de fotograaf zestig jaar wordt. Een goed moment voor een groots overzicht dus. In het Fotomuseum start de tentoonstelling met het vroege werk, waaronder Chessmen (1987-88), zijn eerste autonome serie foto’s. Hierin toont Olaf een provocatief schaakspel bestaande uit foto’s met zichtbare geslachtsdelen, halfnaakte kleine mensen, kinky attributen en zwangere vrouwen in bondagekleding. Ook baanbrekend is de serie Blacks (1990), gebaseerd op een nummer van Janet Jackson waarin zij zingt: ‘In complete darkness we are all the same. It is only our knowledge and wisdom that separates us.’ De gitzwarte, barokke portretten zijn een onderdeel van Olafs strijd voor gelijkheid. ‘Ik kan een groep mensen creëren waarin iedereen gelijkwaardig is’, zegt hij later. ‘Ik dacht: ik ga iedereen zwart maken.’

In het Fotomuseum hangen ook foto’s van Olafs belangrijkste inspiratiebronnen, waaronder van Bernard Eilers, Rineke Dijkstra en Robert Mapplethorpe. ‘In 1982 zag ik een tentoonstelling van Mapplethorpe die me van de sokken blies. Ik had nog maar net een Hasselblad, ik werd geïnspireerd door zijn vakmanschap en de prachtige afdrukken, en ik dacht: dit wil ik ook’, zegt Olaf terugkijkend. ‘Ik word altijd aangetrokken door het theatrale, en door werk met een sterk gevoel voor het lichamelijke.’

Na de regen en rouw

Ook in Den Haag kan Olaf het niet laten om zijn foto’s te regisseren. In het Gemeentemuseum toont hij zijn vrije werk vanaf het jaar 2000 als installaties, vaak in combinatie met film, geluid en sculptuur. Een voorbeeld is de grote installatie Keyhole (2012) bij binnenkomst, waarbij het beeld is omringd door twee lange wanden met lambrisering met daarboven ingelijste foto’s, wat de illusie van een groot klassiek interieur geeft. De tentoonstelling geeft in dit gebouw een dieper kijkje in het hoofd van de fotograaf. Bijvoorbeeld met de zelfportretten Tamed & Anger (2015) naar aanleiding van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. Naast het eenzame, verloren beeld van de mens temidden van de globalisatie, toont Olaf hier uitsluiting, stereotypering, taboes rondom gender en naakt én zijn foto’s van het Koninklijk Huis.

Met de fotoseries Rain (2004), Hope (2005) en Grief (2007) vestigde Olaf definitief zijn naam. Ze leveren een beeldschone reis op van eenzaamheid, melancholie, stilte en verstilling: Rain vangt het moment tussen actie en reactie, Hope het moment van introspectie, gevangen tussen droom en realiteit, en Grief toont de initiële reactie. Het zijn meer kwetsbare beelden dan hij ooit heeft gemaakt en vormen een ommezwaai in zijn oeuvre – volgens Olaf het gevolg de verslagenheid die voelde na de gebeurtenissen op 11 september 2001. Het toont de vernieuwingsdrang van Olaf. Hij durfde eerder over te stappen van documentairefotografie naar geënsceneerde fotografie, van zwart-wit naar kleur en van analoog naar digitaal.

In het Gemeentemuseum maakt Olaf zijn eerste uitstap naar landschapsfotografie met de niet eerder vertoonde serie Palm Springs (2018). In deze serie komen alle kunsten van de kunstenaar samen met portretten, landschappen, stillevens en filmische scenes en thema’s als tienerzwangerschappen, discriminatie en polarisatie. Met de vorig jaar geschoten serie zorgt de fotograaf voor een mooie kroon op de boeiende Haagse dubbeltentoonstelling. Of, zoals Olaf het zelf noemt, het feestje van veertig jaar visuele vrijheid.

Dit artikel verscheen eerder in Geniet, de lifestylebijlage van artsenblad Medisch Contact.

Andere schrijfsels