Poezelige portretten uit de belle époque


Het Stedelijk Museum Vianen hangt momenteel vol poezenportretten van de negentiende-eeuwse kunstenaar Henriëtte Ronner-Knip. Met de aandoenlijke tentoonstelling Miauw! bewijst het museum precies waarom haar pluizige poezenbeesten nog immer zo populair zijn.

Katten domineren onze cultuur. Dagelijks worden miljoenen foto’s en video’s online gedeeld van fluffige kittens die aandoenlijk in de lens kijken en grote poezebeesten die in te kleine doosjes willen passen. Die populariteit van katten is in Europa van redelijk recente datum. De oude Egyptenaren vereerden weliswaar de kat, hier werd de kat eeuwenlang met argwaan bekeken. Ze hadden een link met het bovennatuurlijke en waren een symbool voor ongeluk, kwaad en verraad. In de middeleeuwen dachten we bijvoorbeeld dat katten de krachten der duisternis bezaten en tot in de negentiende eeuw werd – ook in Nederland – gedacht dat sommige vrouwen in katten konden veranderen. Halverwege de negentiende eeuw begon het beeld van de geheimzinnige pluizenbollen te veranderen. De in Amsterdam geboren kunstschilder Henriëtte Ronner­Knip (1821-1909) merkte die verandering op en besloot in haar wijsheid voortaan katten te schilderen. Die keuze bracht haar geen windeieren: ze kon haar gezin met zes kinderen zelf onderhouden – destijds zeer opmerkelijk voor een vrouw – en kreeg wereldwijd succes. De katten maakten haar zelfs ridder in de Leopoldsorde en in de Orde van Oranje-Nassau. Het Stedelijk Museum Vianen geeft met de tentoonstelling Miauw! een overzicht van haar werk.

Noeste arbeid

Ronner­Knip werd geboren in een kunstenaarsfamilie. Vanaf vijfde kreeg ze les van haar vader, een kunstenaar die bekend werd door zijn tekeningen van geiten, schapen, vogels en kikkers. In Vianen zien we de vruchten van die training: de hoekige paarden, honden en geiten in de meest prille kindertekeningetjes krijgen steeds meer rondingen en worden steeds realistischer. Met die eerste tekeningen geeft het Stedelijk Museum Vianen een bijzonder inkijkje in de artistieke opvoeding die Ronner-Knip genoot.

Op haar elfde kreeg de kleine kunstenaar haar eigen schildersezel. Tegelijkertijd nam ze steeds meer financiële en huishoudelijke verantwoordelijkheden op zich, doordat haar vader een erger wordende oogaandoening had. ‘Van ‘s morgens heel vroeg totdat de duisternis viel, zat zij trouw te werken, hetzij in het atelier; geen andere verpoozing van het werk werd haar gegund dan de etenstijd, die zij in een stikdonkere kamer moest doorbrengen, omdat haar vader hoopte daardoor haar gezicht te versterken en haar te behoeden voor het ongeluk dat hem getroffen had’, schreef de kunstgeleerde Johan Gram later. Toen haar vader uiteindelijk blind werd, zorgde Henriëtte samen met haar broer August voor het gezinsinkomen.

Dat bleef ze ook doen nadat ze in 1850 trouwde met de advocaat Feico Ronner, wat destijds zeer ongebruikelijk was. Het echtpaar verhuisde naar Brussel, waar volop clientèle voor kunstenaars als Ronner­Knip te vinden was. Brussel was destijds als hoofdstad van het kersverse koninkrijk België één van de modernste steden van Europa. Een stad vol ambitie, ideeën, meningen en dynamiek; een toevluchtsoord voor creatievelingen, progressievelingen en het grote geld. De Brusselse bourgeoisie zwaaide de scepter in de stad en zij adoreerde luxueuze woningen vol pracht en praal, gedecoreerd met kunstenaarstaferelen uit het dagelijks leven. Een spinnende poes paste perfect in hun interieur. Vooral prachtige raskatten hadden precies die trots, arrogantie en liberale levenshouding die de bourgeoisie omarmde. Zo werden katten salonfähig en kwam die voorheen verraderlijke muizenjager onze huiskamers binnen.

 

Nooit eerder vertoond: de kattenvitrine

Een kat als levend model is een crime. Daarom bedacht Henriëtte Ronner­Knip een slimme oplossing: ze liet haar zoon Eduard een antieke Lodewijk XV-kast ombouwen tot kattenvitrine, gevoerd met blauwgrijs satijn en aan de bovenkant geopend. Ze maakte daarin eerst een compositie met luxeobjecten – vaak geleend van een bevriende antiquair in Brussel. Daarin zette ze proppen papier als stand-in voor de katten die ze later op die plekken ging schilderen. Wanneer ze zover was, haalde ze de echte poezen erbij – vaak geleend van trotse eigenaressen. Een middag poseren in de kattenvitrine was voldoende voor Ronner-Knip. Het Stedelijk Museum Vianen heeft met deze poezenvitrine een wereldprimeur: hij wordt voor het eerst tentoongesteld.

 

Hondjes voor de koningin

In het bruisende Brussel maakte Ronner­Knip aanvankelijk naam op de salons met haar romantische landschappen, dorpsmarkten en scènes met vee – die ook in Vianen zijn te bewonderen. Toch besloot ze algauw af te wijken van haar oude, aangeleerde succesformule. Ze ging zich specialiseren in hondenportretten en maakte zich daarmee snel populair bij Europese koningshuizen. Zo maakte ze voor de Belgische koningin Marie-Henriette de recent aan Miauw! toegevoegde aquarel van de twee koninklijke schoothondjes.

Rond haar vijftigste was ze eigenlijk wel klaar met de honden. Ze zocht een nieuw subject en dat werd de kat. Die keuze bracht Ronner-Knip nog verder in de kunstwereld. Ze werd geprezen om haar ‘wonderbaarlijke precisie’ en haar grote aandacht voor ‘de afzonderlijke karakters en emoties van de katten: jeugdig, onstuimig, wild, zorgzaam, koesterend of nieuwsgierig’. Voor een van haar werken kreeg zij zelfs meer dan 1.500 gulden, wat toen gelijk stond aan drie modale jaarinkomens. De ommekeer leverde zelfs solotentoonstellingen op in de Rotterdamse Kunstclub en Arti et Amicitiae in Amsterdam in 1886. Heel bijzonder, want solotentoonstellingen in de negentiende eeuw werden eigenlijk amper georganiseerd. Bovendien was het uitzonderlijk dat juist een vrouw die solotentoonstellingen kreeg, zeker aangezien destijds slechts vijftien procent van de Nederlandse kunstenaars een vrouw was.

De stempel van het impressionisme

In Vianen is de evolutie van Ronner­Knip goed te volgen. We zien haar onderwerpen veranderen met de tijd en hoe de positie van de kat daarin mee verandert – van katten op het erf in de vroege werken tot pluizige kittens in luxueuze settingen met dure instrumenten en stapels boeken in de latere werken. Ook zien we dat de keuze voor de kat de ontwikkeling van de kunstenares allesbehalve stokt. Hoe meer het einde van de eeuw in zicht komt, hoe vrijer de poes bij Ronner­Knip wordt. Het opkomend impressionisme drukt meer en meer een stempel op haar werk. Zo laat ze haar romantische stijl steeds verder vieren en gaat ze losser schilderen met een meer bescheiden kleurenpalet. Het prachtige werk De kleine vriend uit 1893 is een voorbeeld van die latere lossere, impressionistische stijl.

Eén aspect blijft wel een constante in de Brusselse poezenportretten van Ronner-Knip: ze kiest resoluut voor katten met een stamboom. In haar vroegere werken pasten huis-tuin-en-keukenkatten perfect op het geschilderde boerenerf. Maar deze simpele katten hadden natuurlijk geen plek in de decadente huiskamers van de Brusselse bourgeoisie. Hoewel de kunstenares zelf ook katten had, leende ze daarom met regelmaat langharige poezenbeesten van gegoede vrienden voor nieuwe pronkstukken.

Vervelen doen al die verschillende kattenportretten van Ronner-Knip in Vianen zeker niet. Al dat gerollebol doet vooral de mondhoeken optrekken én maakt stiekem een tikje hebberig. Zo’n fluffig bolletje zou thuis ook mooi hangen aan de muur. Een kopie van die unieke poezelige haardplaat uit de Collectie Six? Wees gerust: hij staat in de museumwinkel. En voor dierenvrienden en kunstminnaars met een grotere portemonnee is er nog beter nieuws: een écht aristocratisch poezenportret van Ronner-Knip ligt binnen handbereik, want een deel van de tentoongestelde werken uit Miauw! staat te koop. Volgens goed geïnformeerde bronnen ligt de vraagprijs rond de vier nullen per afgebeelde kat. Best een vriendelijke prijs voor een aandoenlijke huisvriend, toch?

 

De tentoonstelling MIAUW! Katten in de kunst is tot en met 12 mei 2019 te bezoeken in het Stedelijk Museum Vianen. De schilderijen komen uit privécollecties, musea uit het hele land, waaronder het Rijksmuseum, het Dordrechts Museum en het Markiezenhof in Bergen op Zoom, en van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Universiteit Leiden en de Collectie Six. Kijk voor bijkomende activiteiten en actuele prijzen op: www.stedelijkmuseumvianen.nl.

Andere schrijfsels