Utopische tafels van toen

Tentoonstelling Slow Food in het Mauritshuis

Het Mauritshuis trakteert op smakelijke taferelen en goed gedekte tafels in Slow Food: Stillevens uit de Gouden Eeuw. De tentoonstelling toont de eerste, verbazingwekkend mooie en gedetailleerde maaltijdstillevens uit de 17de eeuw. Bijzonder is dat bij de ontwikkeling van dit nieuwe genre een belangrijke rol voor een vrouwelijke kunstenaar was weggelegd. En dat laat het Mauritshuis ook vol trots zien.

Het is een flinke uitdaging om werk van een vrouwelijke kunstenaar uit de 17de eeuw te vinden. Laat staan om het te kopen. Dat lukte het Mauritshuis wel in 2012. Toen kreeg het Haagse museum de kans om Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen van Clara Peeters te kopen. Dit prachtige werk uit 1615 vormt de aanleiding voor de huidige tentoonstelling Slow Food: Stillevens uit de Gouden Eeuw. En terecht. Want dit stilleven is niet ‘zomaar’ een werk van een vrouwelijke schilder. Peeters’ stilleven toont knap geobserveerde details, zoals de brokkelige structuur van de kaas, de afgeschaafde boterkrullen op het bord en de lichtreflecties op het bruidsmes, dat aan de zijkant haar naam draagt. Het is één van de hoogtepunten van de tentoonstelling. En wie heel goed kijkt, ziet op de tinnen deksel van de wijnkan zelfs een zelfportret van de kunstenaar.

Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen is dus verbluffend levensecht én geeft een klein detail van de kunstenaar weg. Dat laatste is bijzonder volgens hoofdconservator Quentin Buvelot, omdat er weinig bekend is over het leven van Clara Peeters. Hij kan daarom ook geen genoeg krijgen van de reflectie op de kan; het geeft de mysterieuze schilder toch een gezicht. Van Peeters zijn ook relatief weinig werken bewaard gebleven. Ze schilderde opvallend los en toch heel doeltreffend, wat betekent dat ze snel kon werken. Toch zijn er slechts veertig werken bekend van haar hand. Het Mauritshuis toont nu zes van die zeldzame werken - geen slechte score.

Peeters is met haar zes stillevens de best vertegenwoordigde schilder in de tentoonstelling. Dat is ook niet zonder reden. Ze was weliswaar een abnormaliteit als vrouwelijke kunstenaar, maar ze was bovenal een pionier. Peeters was namelijk één van de eerste kunstenaars die stillevens vol eten schilderden, zonder daarbij een bijbels of mythologisch verhaal te vertellen of mensen in beeld te brengen. Hoewel ze in Antwerpen was geboren, werkte ze zowel in de zuidelijke als in de noordelijke Nederlanden en genoot grote bekendheid in haar tijd. Ze stond dus niet alleen aan de wieg van het maaltijdstilleven, maar ze had ook grote invloed op de ontwikkeling van het nieuwe genre. Precies daarover gaat de tentoonstelling Slow Food.

De hogere waarheid

Slow Food opent groots met een imposant, maar merkwaardig werk van Joachim Beuckelaer. Op Keukenscène met Christus en de Emmaüsgangers schildert hij officieel een bijbels tafereel, zoals gewoon was in zijn tijd. Maar, geheel ongewoon, Beuckelaer laat het Bijbelverhaal slechts ver in de rechterhoek zich afspelen. Alle aandacht laat de schilder gaan naar de grote verzameling lekkernijen op de voorgrond. We zien onder andere augurken, wortels, bonen, druiven, peren, bloemkool, een rits zangvogeltjes en daarnaast een fazantenhaan. Daaronder weer een verse varkenspoot en een mand vol knollen, kolen en peulen. Het kan niet op, waardoor de keukenscène de voorbode lijkt voor een groot eetfestijn.

Natuurlijk werd eten wel vaker afgebeeld op schilderijen. Maar altijd als ingrediënt van een bijbels of mythologisch verhaal. Denk aan het laatste avondmaal of de gouden appel die leidde tot de Trojaanse oorlog. Beuckelaer draaide het echter om. Hij plaatste het eten op de voorgrond en het verhaal op de achtergrond. Daarmee was hij de wegbereider van Peeters. Zonder zijn keukenscènes had Peeters een halve eeuw later misschien geen naam gemaakt met haar maaltijdstillevens.

Beuckelaer moest destijds wel een excuus hebben voor die buitensporige aandacht voor eten. Hoe kon hij verklaren dat hij meer ruimte en aandacht had besteed aan de augurken dan aan de Christusfiguur? Daarvoor had hij een prachtexcuus: net als de Emmaüsgangers, die zich aanvankelijk niet realiseerden dat ze in het gezelschap van hun meester zijn, moet de kijker ook voorbij de aardse rijkdommen kijken om daar het bijbels tafereel te ontdekken. Ofwel: we moeten ons niet laten afleiden door onze aardse genoegens, maar ons laten leiden door hogere, spirituele waarden.

Weerspiegeling welvaart

Opvallend aan de schilderwerken in Slow Food is dat er vaak een enorme rijkdom en overvloed op staat afgebeeld. Je zou bijna vergeten dat de gemiddelde mens begin 17de eeuw vooral stamppot en pap at. Het zijn daarom beelden voor de hogere klassen, die eerder gewend waren aan prachtig Chinees porselein, blinkende zilveren messen en glimmende glazen bokalen. Utopische beelden bovendien, omdat regelmatig bijvoorbeeld wintergroenten tegelijk werden afgebeeld met zomers fruit. Dit was bijvoorbeeld bij Joachim Beuckelaer het geval, maar in de praktijk toen nog niet mogelijk.

Het genre maaltijdstillevens kwam op in een periode van grote economische vooruitgang. Nergens anders in Europa ging het zo goed als in de noordelijke en zuidelijke Nederlanden in de 17de eeuw. De handel bracht een enorme voorraad luxegoederen onze kant op. Wijn, olijven, amandelen en citrusvruchten uit de mediterrane landen. Peper en specerijen uit het verre oosten en porselein uit China. De hele wereld was door de florerende handel binnen bereik voor de rijke elite. En die rijkdommen en overvloed worden gereflecteerd op de stillevens in het Mauritshuis. We zien vrijwel alle handelswaren terug, alleen de specerijen zijn niet afgebeeld - op incidenteel een rolletje peper na, zoals bij Stilleven met haringen en oesters van Floris van Schooten.

Speculatie en discussie

Toch was het niet de bedoeling dat de stillevens alleen het oog streelden, de maag verleidden en iedereen aantoonden hoe goed het hier ging. Volgens vele kunsthistorici is er meer te zien in de werken; de maaltijdstillevens herbergen belangrijke boodschappen. Al wordt daarover nog volop gespeculeerd. Wijzen bijvoorbeeld de oesters bij Van Schooten op de vluchtigheid van lustgevoelens? Is die grote overvloed aan eten een aansporing tot matigheid? Dat zou beiden goed kunnen. Bij Clara Peeters speelt die matigheid zeker een rol. Ze liet het woord ‘TEMP[ERANTIA]’ (matigheid) vaak terugkomen op het heft van een prominent geplaatst mes. Tegelijkertijd stapelt ze op Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen kaas op kaas en plaatst er een tinnen bord met boterkrullen op. Is dat een verwijzing naar het spreekwoord ‘zuivel op zuivel, dat is werk van de duivel’? Of had ze simpelweg de beste belichting voor haar boterkrullen gevonden? Het blijft koffiedikkijken.

Over één ding lijken de kunsthistorici het eens: maaltijdstillevens wijzen vaak op de vergankelijkheid van ons aardse bestaan. Al wordt nog wel gediscussieerd welke objecten dan precies hiernaar verwijzen. Is de half geschilde citroen die op vele werken terugkomt - ook op die in Slow Food - een vanitassymbool? Of zorgt de citroenschil juist voor diepte in de werken, doordat de lange schil vaak over de rand van de tafel valt? Dat laatste is zeker het geval bij Pieter Claesz’ Stilleven met tazza. Wel heeft Claesz naast die citroen een horloge neergelegd. En juist daarover lijkt iedereen het écht eens: een horloge wijst op het verstrijken van de tijd en dus op de vergankelijkheid van het leven. Dat is ten minste één zekerheid.

Volgens Quentin Buvelot vragen de werken in Slow Food dan ook om veel aandacht. Daarop is ook de titel van de tentoonstelling gebaseerd. De hoofdconservator raadt aan om de tijd te nemen voor de werken. Om volop te genieten van de prachtige utopische tafels en de vaardigheid van de schilders, maar ook om uitgebreid na te denken over wat de bedoeling van de kunstenaars kon zijn. Want: “Hoe rustiger je kijkt, hoe meer de geheimen van de schilderijen zich aan je ontvouwen.” Een goed advies, maar houd rekening ermee dat je na afloop zeker hongerig naar buiten stapt.

Beeld: Ivo Hoekstra en Mauritshuis

Deze tekst is gepubliceerd in Geniet, de ontspanningsbijlage van artsenblad Medisch Contact. Voor dit magazine schrijf ik geregeld over interessante tentoonstellingen.

Andere schrijfsels