Heerlijk zwelgen in zwaarmoedigheid

Tentoonstelling Romantiek in het Noorden - Groninger Museum

Landweg in de winter bij maanlicht (ca. 1836) - Carl Blechen, Museum Behnhaus Drägerhaus.

Begin 19de eeuw ligt Europa deels in puin. Na de Franse revolutie en de komst van Napoleon besluit een aantal kunstenaars de chaos te ontvluchten; de werkelijkheid uit, de romantiek in. Het Groninger Museum toont de vlucht uit Noord-Europa in de tentoonstelling Romantiek in het Noorden.

Natuurlijk kunnen we de Fransen niet alle eer geven. De bestorming van de Bastille en de veldtochten van de Keizer der Fransen zijn niet de enige redenen waarom kunstenaars begin 19de eeuw wegduiken van de werkelijkheid. De romantiek is vooral een tegenreactie op het optimistische geloof in het verstand en de vooruitgang. Een geloof dat begin 19de eeuw wordt gezien als één grote farce. Want de wereld was niet mooier geworden. De absolute macht van de kerk en adel waren inderdaad aangetast, maar daarvoor in de plaats waren brute regimes opgedoken, landsgrenzen opengebroken en werden bloederige oorlogen gevoerd. Er heerste nog altijd honger, de industrialisatie verstikte het leven in de steden en het opkomend materialisme benadrukte slechts de ongelijkheid in de samenleving. Ziek van de eigen tijd vluchtten kunstenaars naar het verleden, sprookjes en de natuur. Sommige romantici verlangden in hun Sehnsucht zelfs naar de dood; alles om eindelijk verlost te zijn van het ondraaglijke lijden in het hier en nu.

Verwacht in Romantiek in het Noorden dus geen verliefde koppeltjes of vrolijke tafereeltjes van blije kunstenaars. Maar ook niet uitsluitend grimmige werken. Het Groninger Museum geeft namelijk, door de focus op Noord-Europa, een unieke bredere blik op wat romantische schilderkunst eigenlijk inhoudt: woeste en mistige landschappen uit Duitsland en Groot-Brittannië, maar ook schijnbaar neutrale landschapskunst uit Nederland en sprookjesachtige regenbogen uit Scandinavië. In 95 schilderijen herdefinieert het museum ons beeld van de Romantiek; romantische werken hoeven niet het typische beeld te tonen van de eenzame wandelaar op een rots, uitkijkend over een mistige vallei.

Vluchten naar de natuur

Wat is de Romantiek dan wel? Dat vroeg Charles Baudelaire zich ook af. Volgens de 19de-eeuwse Franse dichter gaat het in de Romantiek over een ‘manier van voelen’ en niet over een bepaalde vorm van schoonheid. De kunststroming is dus niet herkenbaar aan één onderwerp – de mistige rots – of aan één herkenbare stijl. Romantische werken kunnen over van alles gaan en er heel verschillend uitzien, maar één ding hebben ze wel gemeen: het werk gaat over de gevoelens van de kunstenaar, die hij via het doek probeert over te brengen op de toeschouwer.

Een prachtig voorbeeld hiervan in Groningen is het meesterwerk De avond van de zondvloed van Joseph Mallord William Turner. Hierin toont de schilder de chaos van de wereld, op het moment dat Noah aan boord gaat van de ark. Zoals het hoort in de Romantiek, ligt de nadruk hier niet op het Bijbelse verhaal, maar op de stormachtige emoties van de kunstenaar die dit verhaal bijna letterlijk omkaderen. Voor zijn eveneens in Groningen aanwezige landgenoot John Constable was de lucht een ‘spreekbuis van de gevoelens’, waardoor hij in zijn werken juist zoveel mogelijk lucht probeert te ‘vangen’ om de juiste stemming over te brengen.

In het beheerste Nederland werden gevoelens vooral weggestopt. Tijdens de Romantiek was landschapskunst hier erg succesvol, maar zo neutraal waren die ogenschijnlijk natuurgetrouwe Hollandse landschappen niet altijd, zo toont het Groninger Museum. De begraafplaats te Baden-Baden van de in Amsterdam geboren Pierre Louis Dubourcq is bijvoorbeeld meer dan de weergave van een weelderig landschap. Wie goed kijkt, ziet naast de donkere wolken in de achtergrond diverse verwijzingen naar de dood; een begrafenisstoet, een halfdode, overwoekerde eik en het maaien van de boeren, wat traditioneel de dood aankondigt.

De begraafplaats te Baden-Baden (1855) - Pierre Louis Dubourcq, Rijksmuseum.

Heerlijke horror

Volgens de 18de-eeuwse filosoof Edmund Burke kun je op twee manieren kunst ervaren. Bij mooie, aangename werken ervaar je ‘het schone’; een gevoel van welbehagen en ontspanning. Bij gevaarlijke taferelen, zoals een storm, onweer, woeste zee of diep ravijn, kun je ‘het sublieme’ ervaren. In de schaduw van die overdonderende natuur is de mens slechts een klein, nietig wezen, dat wordt geconfronteerd met het oneindige, ongrijpbare en overweldigende. En dat roept gevoelens van angst en pijn op. ‘A delightful horror’, aldus Burke.

Romantische werken vallen vaak duidelijk onder de categorie sublieme kunst en daarvan zijn genoeg voorbeelden in Groningen. Zoals Scène uit de tijd van de Noorse saga’s door de Noorse Knud Baade. We zien een Vikingheld op een rots bij maanlicht, omringd door donkere wolken. Hoewel de grootsheid van de natuur genoeg ruimte geeft voor de sublieme ervaring van Burke, gaat het Baade vooral om die eenzame Viking. Zijn romantische vlucht uit de werkelijkheid leidt naar, zoals de titel al doet vermoeden, de oude Noorse saga’s. Naar een tijd waarin zijn eigen volk, dat sinds de middeleeuwen niet meer zelfstandig kon regeren over het eigen land, nog volledig vrij was.

Die nationalistische ondertoon komt vaker terug in de landschapskunst. In Romantiek in het Noorden zien we bijvoorbeeld hoe kunstenaars als Johan Christan Dahl tonen hoe ‘hun’ land eruitzag; een portret van het landschap, gemaakt voor de verheerlijking van het eigen land. En voor dit soort werken mogen we Napoleon zeker bedanken. Dankzij deze kleine Fransman ging Europa grotendeels op de schop en dat bracht nationalistische sentimenten teweeg. Zo ook bij dé romantische kunstenaar pur sang, Caspar David Friedrich. Zijn weemoedige werken hebben vaak een nationalistische bijsmaak. In Groningen toont hij zijn ongenoegen over de Franse veroveringszin met een portret van een eik. Het werk dient vooral als herinnering aan het oude Duitsland – de eik stond symbool voor de eenheid van het land – en als een baken van hoop. De halfdode eik in het winterse tafereel lijkt misschien ten dode opgeschreven, maar Friedrich wilde vooral benadrukken dat het ergste is geweest. De lente kan elk moment komen.

Het licht in de duisternis

Eén van de mooiste en meest ontroerende werken van Romantiek in het Noorden lijkt meteen het schoolvoorbeeld van de typisch romantische vlucht in de natuur: Landweg in de winter bij maanlicht, door Carl Blechen. Dit majestueuze schilderij maakte de kunstenaar vier jaar voordat hij ‘in geistiger Umnachtung’ (mentale ontregeling) overleed. Het ijzig koude landschap van de depressieve Duitse kunstenaar laat een perfect desolate indruk achter; ideaal om heerlijk het hart op te halen in melancholie.

De maneschijn versterkt de eenzaamheid bij Blechen, maar de maan kon ook symbool staan voor verlichting. Zoals de Britse romanticus Percy Byssche Shelley zei: ‘Het hemelse licht schijnt eeuwig, de schaduwen op aarde vliegen voorbij’ – dat citaat prijkt ook boven één van de zalen in Groningen. Het hemelse licht betekent hier geen verlichting uit het dagelijkse tranendal door de belofte op een prachtig hiernamaals. De atheïstische Shelley was daarvan niet overtuigd. Hij vond juist troost in het eeuwigdurende proces van de natuur, waarin afsterven en wederopbloeien elkaar blijven afwisselen. In de duisternis van het leven zijn de zon en de maan voor hem de letterlijke en figuurlijke brengers van het licht. En misschien gold dat ook voor Blechen.

Voor religieuze kunstenaars was vluchten in de natuur ook een manier om het vergankelijke leven te ontstijgen. Zij zagen het ‘in de natuur zijn’ al als een religieuze ervaring. Want waar vind je God beter dan in de natuur? In hun landschappen met kluizenaars, kruizen, verlaten kerkjes of begraafplaatsen gaat het om die toenadering tot God. In Groningen biedt Ochtendnevel in de bergen van de politiek bewuste Caspar David Friedrich de ultieme religieuze vlucht via kunst. Het grootse werk lijkt een pure observatie van een berg gehuld in nevel. Maar wie de blik langer laat rusten op de plek waar de nevel openbreekt, ziet een klein kruisbeeld op de top van de berg. Daar is hij eindelijk: de verlossing.

Deze tekst is gepubliceerd in Geniet, de ontspanningsbijlage van artsenblad Medisch Contact. Voor dit magazine schrijf ik geregeld over interessante tentoonstellingen.

Andere schrijfsels