De poëtische observaties van Kertész

Tentoonstelling Mirroring Life in Foam

Lost cloud, New York, 1937 © André Kertész

Van slapende jongens in Boedapest en bevreemdende kunstenaarsportretten in Parijs, tot verdwaalde wolken, grafische lijnenspelletjes en stiekeme zonnebaders in de straten van New York. Ze zijn allemaal te zien in Mirroring Life, de nieuwe overzichtstentoonstelling over de Hongaarse fotograaf André Kertész in Foam. In ruim tweehonderd foto’s toont het fotomuseum in chronologische volgorde het wonderbaarlijke oeuvre van één van de meest beeldbepalende fotografen van de twintigste eeuw.

Het verhaal van André Kertész (1894-1985) klinkt als de opzet voor een meeslepend drama. Het start met een kleine jongen die op zolder een boek over fotografie vindt en besluit fotograaf te worden. Wanneer zijn vader op zijn veertiende overlijdt aan tuberculose, besluit zijn moeder dat die droom niet haalbaar is. Ze wil dat haar zoon zakenman wordt en stuurt hem naar de handelsschool. Na afronding koopt de jongen van zijn eerste salaris een glasplaatcamera. Hij gaat boeren, zigeuners en landschappen fotograferen, experimenteren met composities en portretten oefenen op zijn jongste broertje. Met dit vroege werk start de overzichtstentoonstelling van Kertész in Foam. Deze foto’s dragen meteen al het stempel van de latere Kertész, dankzij de aandacht voor het lijnenspel, schaduwen en vormen.

Het verhaal en de tentoonstelling lopen verder: het idyllische plaatje van de startende fotograaf wordt bruut doorbroken door de Eerste Wereldoorlog. De dan twintigjarige André wordt soldaat in het Oostenrijks-Hongaarse leger en neemt zijn camera mee. Hij legt geen belangrijke gebeurtenissen of oorlogshelden vast, maar maakt een persoonlijk fotoverslag. Op de collectie oorlogsfoto’s in Foam is duidelijk dat de fotograaf meer geïnteresseerd is in de artistieke compositie, dan het in beeld brengen van de gruwelen van de oorlog. Kertész raakt echter gewond en ligt de oorlog verlamd uit op bed. Wanneer hij hersteld is, blijkt een groot deel van zijn negatieven verloren en zijn fotografiedroom zwaar beschadigd. De jonge Kertész gaat terug aan het werk op de beurs van Boedapest.

Flaneren in Parijs

Zoals het hoort in de film, geeft de jongen toch niet op. In de roaring twenties verhuist Kertész naar het bruisende Parijs, precies de plek waar hij dan als fotograaf moet zijn. Hier hoeven fotografen zich niet langer te houden aan de feitelijke vastlegging van gebeurtenissen, aan de rol van conservatie en observatie. Ze kunnen onder invloed van het dadaïsme, symbolisme en surrealisme bijvoorbeeld zoeken naar openbaringen van het onderbewuste. Salvador Dali zei destijds dat fotografie nu een ‘pure creatie van de geest’ kon zijn. En dat was goed nieuws voor de jonge, eigenzinnige Kertész.

In Parijs floreert in die tijd ook de reclame- en tijdschriftenwereld. Kertész komt zo snel aan de bak; zijn werk verschijnt in de Duitse Frankfurter Illustrierte, de Franse Vu en de Britse Times, waarvan Foam mooie voorbeelden laat zien. Bij deze opdrachten en in zijn vrije werk is te zien hoe Kertész speelt met reflecties, vervormingen en schaduwen. Dat deed hij al voordat hij naar Parijs kwam, bijvoorbeeld op Nageur sous l’eau (De onderwaterzwemmer) uit 1917 - één van de hoogtepunten van Mirroring Life.

In Parijs gaat hij vaker de straat op met een handzame Leica. Kertész heeft geduld, timing en oog voor vreemde bewegingen, spiegelingen en dubbelingen, zoals hij toont op Burlesque dancer. Hierop is de danseres Magda Főrstner spartelend op de bank vastgelegd, terwijl ze het sculptuur van Étienne Beőthy op de achtergrond nabootst. Een vreemde, maar perfect getimede momentopname.

Kertész wordt in Parijs ook opgenomen in de kunstkringen rond Montparnasse. Hij leert bijvoorbeeld filmmaker Sergej Eisenstein en schilder Marc Chagall kennen. Hij raakt bevriend met Piet Mondriaan, waarvan hij in 1926 het lijnenspel van zijn studio en van zijn bril en pijp vastlegt - beide foto’s zijn opgenomen in de overzichtstentoonstelling. Wanneer hij Brassaï ontmoet, is die dan nog journalist. Onder invloed van Kertész, die Brassaï de fotografische basistechnieken aanleert, breekt hij later door met foto’s van het Parijse nachtleven. Brassaï is niet de enige fotograaf die zijn stijl aan Kertész te danken heeft. Ook Henri Cartier-Bresson en Robert Capa noemden de fotograaf hun grote leermeester.

Aliens in New York

Dan lonkt New York, met een contract van het gerenommeerde agentschap Keystone. De jongensdroom van Kertész was in Parijs al uitgekomen, maar nu kon hij ook naam maken aan de andere kant voor de oceaan; een nieuwe droom. Met zijn vrouw Elizabeth vertrekt Kertész in 1936 voor aanvankelijk twee jaar naar The Big Apple. Wederom lijkt zijn timing perfect. In Duitsland was Hitler inmiddels aan de macht gekomen en dat had ook gevolgen voor de fotograaf. Zijn Duitse opdrachtgevers bleven weg en Franse opdrachtgevers eisten een meer nationalistische stijl, iets waar Kertész niet op zat te wachten. Hij reflecteerde liever een neutrale werkelijkheid, dan dat hij zijn foto’s een politieke lading gaf.

In New York had het Museum of Modern Art net voor de Tweede Wereldoorlog een fotografieafdeling gekregen, waarmee fotografie eindelijk werd erkend als volwaardige kunstvorm - weliswaar zo’n vijftig jaar nadat Europese musea dat deden. Dat stemde Kertész hoopvol. Maar na aankomst valt de stad tegen. Kertész’ contract verplicht hem tot commercieel werk in de studio en algauw zegt hij het contract op. Hij probeert zijn foto’s te verkopen aan tijdschriften, maar hier mag hij niet zijn eigen onderwerpen bepalen. Bovendien valt zijn stijl niet in de smaak. Foam toont bijvoorbeeld de havenfoto’s die hij maakte in opdracht van Life. Tot grote teleurstelling van Kertész werden die foto’s afgewezen omdat het tijdschrift ‘meer drama’ wilde zien. Daarvoor waren ze bij de Hongaarse fotograaf aan het verkeerde adres; de schoonheid van zijn foto’s ligt vooral in het subtiele, stille drama, vaak in dat wat ontbreekt of niet (meer) is.

Mondrians Eyeglasses and Pipe, Paris, 1926 © André Kertész

Terugkeren naar Europa is geen optie. Daar steken gebrek aan geld en de Tweede Wereldoorlog een stokje voor. De fotograaf lijkt zonder opdrachten of vrienden weg te kwijnen in New York. Foam toont de prachtige foto Melancholische tulp uit 1939, met een laaghangende tulp in een vaas, als het droeve hoogtepunt van deze periode. De Amerikaanse overheid verklaart bovendien het echtpaar Kertész als ‘enemy aliens’, waardoor de fotograaf niet meer de straat op kan om foto’s te maken. Hij zou immers een dreiging voor de nationale veiligheid kunnen zijn. Het duurt tot bijna het einde van de oorlog voordat het echtpaar officieel Amerikaans staatsburgerschap krijgt.

Stiekeme plaatjes

Het tij keert in de jaren 1950, wanneer Kertész met zijn camera gaat surveilleren door de straten van New York. De fotograaf ontpopt zich in deze periode meer dan ooit als een groots observator, die de tijd neemt om op het juiste moment op het knopje van zijn toestel te drukken. Op poëtische wijze legt hij zo het verborgen leven van de stad vast. De spelende kinderen om de hoek, verborgen zonnebaders op daken of balkons en pauzerende wandelaars op bankjes in het park; mensen die het snelle leven aan zich voorbij laten gaan. Het zijn buitenstaanders, net zoals Kertész. Veel beelden zijn geschoten vanuit zijn raam, dat uitkijkt op Washington Square Park. De gefotografeerde New Yorkers hebben hierdoor vaak geen idee dat hun verpozen op de gevoelige plaat is vastgelegd.

Met hernieuwde energie schiet Kertész op die manier foto na foto - hij laat bij zijn overlijden in 1984 meer dan 100.000 negatieven na en een huis volgestouwd met foto’s. En dan, in 1964, wordt hij plotseling herontdekt. In Europa, maar ook in New York krijgt de fotograaf nu volop aandacht en meerdere solotentoonstellingen. Kertész ervaart eindelijk de zo verlangde internationale erkenning. Hij werkt niet meer in opdracht, maar maakt met behulp van zijn vrouw Elizabeth zijn eigen fotoboeken die overal ter wereld goed aanslaan. Wanneer zijn vrouw in 1977 overlijdt, maakt hij speciaal voor haar een fotoboek, waarmee de tentoonstelling in Foam eindigt. From My Window is niet alleen een aangrijpend eerbetoon, maar ook een zeer opmerkelijk onderdeel van het oeuvre van Kertész. Het boek telt een verzameling kleurrijke Polaroids, wat juist de andere kant van de immer in zwart-wit werkende Kertész laat zien. Het is een uniek inkijkje in de poëtische geest van de Hongaarse fotograaf en misschien wel het grootste verstilde drama wat hij ooit van zijn hand kwam. Een interessante afsluiter voor een bijzondere tentoonstelling.

Beeld: Ministère de la Culture et de la Communication / Médiathèque de l’architecture et du patrimoine, Dist Rmn © Donation André Kertész

Deze tekst is gepubliceerd in Geniet, de ontspanningsbijlage van artsenblad Medisch Contact. Voor dit magazine schrijf ik geregeld over interessante tentoonstellingen.

Andere schrijfsels