Zwabbertiet en andere personages


Twee, liefst drie keer per week ga ik zwemmen. Een uurtje weg van de beeldschermen. Even het logge lijf in actie zetten. Een moment voor jezelf, noemen ze dat. Dat zou je denken. Ik lig vooral aan anderen te denken. En te staren.

Zoals laatst, toen ik Zwabbertiet ontdekte. Deze enigszins voluptueuze dame besloot op een zaterdag zich aan te sluiten bij mijn groepje vreemden. Samen zouden we baantjes trekken. Dat is immers de onbesproken afspraak in mijn deel van het zwembad. Zwabbertiet had echter andere plannen. Ze had die dag gekozen voor een onpraktische triangelbikini, die haar bevallige boezem nauwelijks in bedwang kon houden. Ze zwom drie baantjes - bevestigde haar vermoeden dat de bikini inderdaad niet geschikt was om daadwerkelijk mee te zwemmen - en besloot daarna aan de kant te hangen. Met de armen gespreid op de rand, de borsten vrij meedeinend op het golvende water. Ik raakte gebiologeerd. En zo ook Jezusfanaat.

Jezusfanaat is al sinds jaar en dag lid van mijn groepje zwemvreemden. Net als Roodhoofd, de man die na één baantje al aanloopt, Turbo Granny, de bejaarde dame die met gemak het Engels kanaal over zwemt, en Engnek, de rare man die het liefst onder je door duikt, met het gezicht naar boven. Je hebt ook nog Make-uppoes, die onergonomisch haar gezicht vol maquillage boven water probeert te houden. Wat overigens altijd lukt. En Gold Teeth, het oude mannetje met de gouden ondertanden die ik altijd een high five onder water geef.

Jezusfanaat houdt van praatjes maken. En van Jezus, getuige de grootse tatoeage op zijn rug van een man met doornenkroon op het hoofd. Ik ga hem graag uit de weg. Want Jezusfanaat houdt het liefst mensen van het zwemmen af. Ik zwem en staar liever. Zo zag ik Jezusfanaat lonken naar Zwabbertiet. Of begon zij? Uitgestald aan de rand leek ze te controleren of iedereen wel haar kant op keek. En toen zag ze Jezusfanaat.

Plots was radio 100% NL niet meer hoorbaar, het gegiechel uit het kinderbad ebde weg. Ik hoorde mezelf zelfs niet meer waterhappen. Het hele zwembad leek nu te draaien om Zwabbertiet en Jezusfanaat. Ze wisselden blikken en glimlachten bemoedigend naar elkaar. Hij deed nog een paar zwemslagen, zij haalde al één arm van de kant. En toen waren ze samen. Het was mooi en onontkoombaar. Alleen was ik wel mijn zicht op die prachtige boezem kwijt.

Soms vraag ik me wel af: wat zouden al deze personages van mij vinden? Jezusfanaat heeft me weleens gewezen op mijn chagrijnige blik - die ik liever ‘neutraal’ noem. Ook mompel ik tegen mezelf. Ik tel baantjes, of lever commentaar op asociale zwemmers - lees: mensen die niet opzij gaan als ik eraan kom. En ik staar. Wellicht moet ik voor deze zaken mijn excuses aanbieden.

Daarom:

Lieve zwemvreemden,

Ik ben het, de Verstoorde Staarder. Sorry voor de overlast.

Andere schrijfsels