TIP: Snel fietsen

Soms fiets ik weleens traag. Dromeriger trap ik dan door de straten. Ik kijk wat rond en laat de omgeving op me inwerken. Mijn ogen vallen op kleine details aan huizen en rare interieurkeuzes van stadsgenoten. Na elke nieuwe ontdekking volgt dan een nieuwe overdenking. Gevolg: negen van de tien keer rijd ik dan ook tegen een geparkeerde auto aan.*



Voordeel van de slo-mo-bike-ride is dat je niet enigszins verwilderd aankomt op de plek van bestemming. Het haar behoudt de beschaafde coupe en je straalt een bepaalde rust uit, die voortkomt uit een bijna Zen-achtige contemplatie. Want je hebt rustig gefietst en de tijd genomen rond te kijken, te genieten van je omgeving. Maar dat werkt voor mij niet: als ik langzaam fiets en mezelf toelaat te genieten van die omgeving, vergeet ik dat ik aan het fietsen ben. En vaak überhaupt waar ik heen wilde fietsen.



Logischerwijs kies ik dan ook voor het snelle fietsen. Als een malle raas ik door de straten, dender ik over kinderkopjes, scheur ik langs tergend trage collega-fietsers en snijd ik irritante toeristen de pas af. Heerlijk. Vooral met een goede soundtrack - dit bijvoorbeeld. Let wel: ik rijd als een malloot, maar niet als een randdebiel. Ik steek keurig armen uit, tik tijdig op mijn vastgeroeste bel en kijk voordat ik een bochtje maak. Schelden is immers alleen leuk als het niet op jezelf is.


De enorme rush die ik tijdens zo’n snelle fietsrit ervaar - vandaag had ik bijvoorbeeld drie bijna-dood-ervaringen** - zorgt dat ik scherp blijf. Voortdurend is het calculeren. ‘Wanneer gaat die auto naar rechts?’ ‘Hoe snel steekt die voetganger over?’ ‘Als ik hier voorsorteer, lig ik dan 5 seconden later dood op het kruispunt?’ ‘Stapt die eikel nu uit z’n auto, of mag ik erlangs? Ziet hij me überhaupt wel?’ Ofwel: ik ga op in het verkeer, ik ben één met het verkeer. Niks dromen of andermans stylingkeuzes veroordelen. Geen tijd voor.



De slotsom. Snelle fietsers staan te boek als agressieve fietsers, die bang zijn om te laat te komen en die overlopen van opgekropte woede - bron: hard//hoofd. Onzin. Ik kom sowieso altijd te laat en enigszins bezweet, maar scherp, energiek en vol voldoening aan op de plek van bestemming. Mijn humeur is eveneens uitmuntend omdat ik andere weggebruikers al handige tips heb gegeven om sneller en veiliger van A naar B te komen. Ja, noem me een wereldverbeteraar. En bekeer jezelf vooral tot het snelle fietsen. Dat scheelt mij weer.




*

Oké, dat is welgeteld 1 keer gebeurd. Meer correct is ‘…bijna een geparkeerde auto’, maar dat staat minder flitsend.



**

1) Verlengde bus stopt plotseling in de bocht.

2) Auto besluit - zonder knipperlicht - opeens te gaan parkeren.

3) Voetganger stopt midden op een zebra om iets te zoeken in tas.

Andere schrijfsels