Dat zou eventueel wel zo kunnen zijn

Maar dat tik ik liever niet. Ik houd niet van zinnen die lijden. En zeker niet van zinnen die lijden onder een onleesbare hoeveelheid werkwoorden. Ik houd van strakke zinnen. Die af zijn. Die me vertellen wat ik wil weten. Want dat is wat ik doe: de lezer vertellen wat hij wil weten. Of eigenlijk: vertellen wat hij niet wist dat hij wilde weten.



Wil je een lezer laten lezen? Dan heb je helderheid nodig. Qua boodschap, taalgebruik en schrijfstijl. Het is daarom niet genoeg om zouden en worden definitief uit je woordenboek te schrappen. Je moet duidelijkheid bieden. Wat wil de geïnterviewde zeggen? Wat betekent die nieuwe wet nu echt? Of wat levert dat product mij concreet op? Blijf weg van vage formuleringen, onnodige werkwoorden en schijnbaar nietszeggende buzzwords:



Niet: Naar mijn mening zouden de voorgestelde aanpassingen van de wet betreffende te lange, onleesbare zinnen op termijn kunnen worden doorgevoerd.

Eerder: Ik vind dat we per 1 januari de wet Onleesbare Zinnen kunnen aanpassen.



Niet: Hij mag dan wel de projectleider zijn die een paradigm shift gaat veroorzaken, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat hij me zomaar mag toeblaffen. Ik zou toch wel geen hond zijn?

Eerder: Hij gaat als projectleider een andere werkwijze doorvoeren. Maar dat betekent niet dat hij me mag toeblaffen. Ik ben toch geen hond?



Dus: maak onbegrijpelijke buzzwords duidelijk voor je buurman. Rond een gedachte af met een punt. En vermijd, waar het kan, lijdende vormen. Maar bovenal: haal de essentie naar boven. Vraag door, lees verder en luister. Want als je niet weet waar je over schrijft, zegt je lezer ook: “Dat lees ik liever niet.”


Andere schrijfsels