Huilen met de Jeugd

En daar kwamen ze het podium op, verwelkomd door een laf applaus. In een enge stilte werd de band gestart, de beats werden nu gedropt. Daar ging de eerste van wal:

“Let’s go. De beat is gevaarlijk. Dat haakje is ook gevaarlijk. Kijk uit voor je wang, bitch…”

Oude mannen pakten demonstratief hun trenchcoats op.

“Ik hengel naar links, ik hengel naar rechts. Ik denk aan niks anders dan seks…”

Grijzende dames grepen naar hun hart.

“Hou je aan ‘t lijntje als een ezelsvis…”

De grijze garde maakte nu hun weg naar de uitgang.

En ik? Ik begon spontaan te huilen.



Mijn tranen kwamen niet van shock of van misère, maar van pure hilariteit. Een mix van leed en vermaak brachten mij tot deze lach vol tranen. Dit optreden, van de Jeugd van Tegenwoordig, was hier namelijk volkomen misplaatst. Met elke vunzige regel, met elk stoer handgebaar begon ik harder te wenen en te schuddebuiken. Want nog geen vijf minuten daarvoor zaten we aandachtig te luisteren naar een ode aan de Gentse auteur Herman Brusselmans. De schrijver/minnaar/drummer vertelde, met hulp van een drietal fans, over zijn nieuwste én 60ste(!) boek ‘Watervrees tijdens een verdrinking’. We zaten plechtig stil op onze stoelen en lachten alleen en niet al te uitbundig als er iets schunnigs gezegd werd. Als je daarna beats gaat droppen en begint te rappen over het hengelen naar een bitch… tja. Grappig.



Ik geef de Jeugd van Tegenwoordig niet de schuld voor mijn tranen. Al vond ik juist hun teksten en houding in deze setting ronduit hilarisch (ik was volgens mij de enige). Ik geef de schuld aan degene die denkt dat je de Jeugd van Tegenwoordig moet boeken als muzikaal einde aan een literair gesprek. Waarom is dat nodig? Moeten de lezers onder het genot van drie nummers van de Jeugd verder contempleren over de schrijverskunsten van Brusselmans? Lijkt me lastig. Gaat het om publiek trekken? Heeft één van de bestverkopende auteurs van België een Amsterdamse rapformatie nodig om publiek in zijn thuisstad te trekken? Of heeft de Jeugd, die makkelijk de concertzaal van de Vooruit vol krijgt, Brusselmans nodig? Lijkt me sterk.



Aan P. Fabergé zul je het niet gauw merken, hij kijkt immers wel vaker geconstipeerd tijdens optredens. Maar in de Vooruit was zijn blik steevast angstig geankerd aan het plafond. De normaal zo vrolijke Willie Wartaal keek op zijn beurt als een hert in de koplampen. En Vieze Fur zong valser dan ooit, haalde daarbij nonchalant (en hoger dan ooit) zijn schouders op en riep af en toe spottend “gezellig hoor!”. Ze beperkten zich tot een hoekje van het podium, alwaar ze één voor één, ieder op hun beurt, naar voren stapten om hun deel te rappen. De woorden kwamen weinig enthousiast over hun lippen en ook hun poses bleven magertjes. Tussendoor zag je ze elkaar verdwaasd aankijken. “Wat doen we hier?”



Dat, mijn lieve heren, heet in artiestentermen schnabbelen. “Kom naar Gent, speel drie nummers en je krijgt wat geld.” Ik kan er niets anders van maken. En ik kan het de Jeugd niet kwalijk nemen. Gratis naar een prachtige stad, een paar nummertjes vertolken en nog zakgeld krijgen ook. Goeie deal. En ik heb lol gehad. Maar de Vooruit had beter na moeten denken. Want ga maar eens “hobbelen op m’n hobbelpaard” rappen na een literair samenkomen. Dat geeft zo’n gênant en misplaatst gebeuren, dat mijn traanbuizen spontaan openspringen.

Andere schrijfsels