(Ver)huiszooi

Krap een week woon ik hier nu, in huis #3 in Gent*. Een derde keer verhuizen in zo’n 2,5 jaar tijd: ik doe mijn familie wat aan. Verhuizen is in mijn familie namelijk een familiale gelegenheid, daar dulden we bij voorkeur geen buitenstaanders bij. Sommige families doen aan ‘gezellige’ familiedagen met alle achternichten en –neven erbij. Wij niet. Wij doen aan klussen en verhuizen. Dat krijg je met drie technici in de familie. Die willen alles zelf doen en ergeren zich aan buitenstaanders die niet zo technisch begaafd zijn als zij. Als enige dochter pak ik bij al die verbouwperikelen algauw een verfkwast. Dan valt mijn technische handicap minder op.



Maar inmiddels ben ik wel klaar met die verfkwast en zeker met het oververven van ranzige en belachelijk gekleurde muren. En mijn familie is wel klaar met al die ‘gezelligheid’ van het klussen en verhuizen. Zoals ik al schreef: dit is mijn derde huis in nog geen drie jaar. De reden? Huis #1 was tijdelijk bedoeld: je hebt plannen en een planning en je moet wat. Dus je doet wat. Na een jaartje het contract uitzitten, vond ik een nieuw huis: huis #2. Het was groots, meeslepend en een tikje gebrekkig. Maar met houten vloeren die, als je je ogen toekneep, er bijna goed uit zouden zien. Ik woonde daar net twee dagen toen er op de deur werd geklopt. Daar stond ik met de verfkwast in de handen, oog in oog met de nieuwe huisbaas. Of ik zo snel mogelijk wilde vertrekken. Want meneer wilde de hele boel afbreken en heropbouwen. Mooi is dat. Helaas voor hem duurde het nog ruim een half jaar voordat hij de eigendomspapieren kon tekenen. En ik? Ik liet de verf drogen, wachtte op mijn uitzettingsbrief en keek langzaam uit naar huis #3.



Huis #3 werd enigszins rap gevonden. Met een hernieuwd, maar minder sprankelend enthousiasme haalde ik weer de verhuisdozen onder het bed vandaan, belde de familie – “oh, okay”, klonk het zelfs bij hen minder enthousiast – en kocht nieuwe verfkwasten. Tegelijkertijd haalde de nieuwe huiseigenaar een lading nieuwe Europeanen naar mijn oude woonblok en liet daar de omliggende appartementen kort en klein slaan. Van maandag tot en met zaterdag. Van voor zonsopgang tot na zonsondergang. Daar stond ik als laatste huurder, met nieuwe kwasten in de hand, omringd door eeuwig gebonk en trillende ramen, te wachten totdat ik mijn nieuwe huis kon betreden. Dat was ‘slechts’ een kwestie van weken en dagen aftellen. Totdat de gaten in de houten vloeren vielen en de waterleidingen bevroren. Waterloos en omringd door tochtgaten pakte ik vorige week inmiddels uitgeput – een nachtmens bestaat immers bij gratie van de mogelijkheid tot uitslapen - mijn laatste zooi in, en wachtte op de komst van de familie.



En nu zit ik hier. In huis #3. Opnieuw tussen de bananendozen en onder de verf. Maar met een heel ander gemoed. Het is een kalme moeheid, die dit weekend eruit wordt geslapen, in een weelderige stilte en sufmakende warmte. Als kersje op de slagroom heb ik zelfs stromend water uit de kraan. Agh. Dat verven komt later wel. Hier ben ik voorlopig niet weg te slaan.




*Wonen doe ik in Gent, werken doe ik in Den Haag.

Andere schrijfsels