Aloe needs a dollar

Zelden kom je een soulzanger tegen met een groentetuindroom. Ja. Dat lees je goed: groente-tuin-droom. Aloe Blacc heeft die droom. Hij hoopt ooit met zijn buren een groentetuin te delen. Nu bedelt hij nog om een dollar op de radio.


Barry White die lieflijk tegen zijn wortelen mompelt: “We've definitely got our thing together, don't we baby? Isn't that nice?” Ik zie het niet gebeuren. Niet omdat Barry hartstikke morsdood is. Of omdat hij een grammetje te zwaar was. Maar omdat Barry zich geen zak interesseerde in een betere wereld. Kan gebeuren.



Aloe Blacc hoort echter bij een nieuwe generatie soul-zangers. Waarbij het niet alleen om the nookie draait. Neem John Legend met The Roots. Die heeft duidelijk naar John Lennon geluisterd. Aloe Blacc ook. En naar nog veel meer. Hij covert Femme Fatale van The Velvet Underground op zijn album Good Things. En tijdens zijn optreden in de Gentse Vooruit geeft hij Green Day’s Basket Case een soul make-over. “Soulmuziek heeft geen bepaald geluid”, verklaart Aloe. “Het is een gevoel, een understanding. Elke cultuur heeft zijn eigen soulmuziek. Neem Jamaicaanse rootsreggae. Of afrobeat uit Nigeria. Dat is ook soul. Enige voorwaarde is dat het echt is. Dat je voelt dat die ziel erin Over de invulling van begrippen valt te twisten.



Maar laten we even de gangbare definitie van soulmuziek hanteren. Wie nept de boel? Wie maakt zielloze soulmuziek? Aloe schudt glimlachend zijn hoofd op die vraag. Geen namen? “Je hoort het duidelijk wanneer iemands ziel er niet in zit.” Hmm… Echt niet? Wederom een vriendelijk schudden. Ok. Waar zitten we dan sowieso goed qua zielvolle soul? “Donny Hathaway”, komt er direct uit. “Daar kan geen hedendaagse soulartiest tegenop. En de meest recente, echt goede soulartiest was D’Angelo.” Ik knik instemmend, maar denk aan vleselijke zaken (ben visueel ingesteld).



Het leuke aan iemand als Aloe is niet alleen die voortdurende glimlach. Of die schattige Motowndansjes op het podium. Of diezelfde liefdevolle uitstraling als Al Green. Het leuke aan Aloe is zijn droom. Die van de groentetuin. Of, zoals hij het stelt: “Een gemeenschap, waarbij je samen met je buren voedsel verbouwt in een gedeelde achtertuin. Het brengt je dichter bij elkaar, je leert de seizoenen kennen en hoe je met de aarde om moet gaan.” Da’s andere koek dan Barry.



A Change Gonna Come dus, als het aan Aloe ligt. Da’s flink nodig. Want volgens Aloe heeft het kapitalisme toegeslagen als een soort massahypnosebom. “We zijn te afhankelijk van anderen. Voor muziek, kunst, voedsel. We consumeren om de leegte te vullen. We kunnen niet meer alleen zijn met onze gedachten, hebben voortdurend radio of tv nodig. Vreselijk. Dat is het resultaat van het kapitalisme; dat we onbewust het gevoel krijgen dat we andere, ‘vreemde’ dingen nodig hebben van buiten onze gedachten en gemeenschappen.”



Muziek is voor Aloe het medium om zijn boodschap te verspreiden. Prima keuze. Zo hoef je er niets van te voelen. Je kunt ook gewoon genieten. Geef die jongen daarom z'n dollar. Ga hem live zien. Laat je meevoeren door die gezellige deuntjes, die prachtige glimlach, dat verbazend lichte voetwerk en geniet. Hear-hear!

Andere schrijfsels